Hoefverzorging door de hoefsmid

16 February 2009

“Een paard is zo goed als zijn voeten”, zegt men wel, en dat klopt helemaal. De conditie van de hoeven is essentieel. Als daar iets aan mankeert, merken we dat direct aan de beweging van het paard. Daarom moeten de hoeven regelmatig verzorgd worden door de hoefsmid. Dat doet hij door de hoeven te bekappen en zo nodig te beslaan.

Bekappen

Jonge, nog onbeleerde paarden, alsmede fokmerries en paarden die van hun pensioen of vakantie in de weide genieten, worden niet beslagen maar alleen bekapt. Het hoorn van de hoeven groeit namelijk voortdurend aan, net als nagels, en als dat niet van nature afslijt, moet dit door de hoefsmid bijgesneden worden. Dat is dus eigenlijk “nagels knippen”. Als dat niet regelmatig gebeurt (om de twee of drie maanden), worden de hoeven te lang en gaat het paard kreupel lopen. Bovendien kan de hoefsmid door een bepaalde manier van bekappen een afwijkende stand van de voeten zo nodig corrigeren.

Bij veulens en jaarlingen is bekappen minder vaak nodig dan bij oudere paarden.
Een jong veulen moet echter zo snel mogelijk leren “voetje geven”, ook al hoeft het nog niet zo vaak bekapt te worden. De hoefsmid zal een vertouwde verschijning voor hem worden, en die moet vlot door kunnen werken.

Bij in het wild levende paarden zoals Koniks, die toch al van nature harde hoeven hebben, groeit het hoorn minder snel aan en/of slijt door het vele lopen op harde bodem vanzelf af. Daarom behoeven die niet bekapt te worden.

Beslaan

Een paard dat dagelijks buiten op de openbare weg komt of dat aan sportwedstijden deelneemt, moet beslagen worden om de hoeven te beschermen. De hoefsmid zal het regelmatig van nieuwe hoefijzers voorzien als die versleten zijn, en hoe vaak dit moet gebeuren hangt af van de manier waarop het paard gebruikt wordt.

Sportpaarden worden voor wedstrijden vaak van speciale hoefijzers voorzien. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij tuigpaarden in de tuigpaardensport (aangespannen sport waarbij de paarden in verheven showdraf lopen). Deze krijgen vaak extra zware ijzers onder, waardoor de paarden tijdens het draven de benen hoger optillen.
Dravers in de drafsport daarentegen krijgen juist extra lichte ijzers onder, omdat zij voor de sulky snelheid moeten maken en in een vlakke rendraf draven.

Een alternatief voor hoefijzers zijn de zogenaamde hoefschoenen. Die worden wel gebruikt bij paarden met kwetsbare of moeilijke voeten

In de winter, als het op de weg glad is, worden paarden wel “op scherp gesteld”. Dan draait de hoefsmid ijzeren bouten, de zogenaamde “kalkoenen”, in de gaten van de hoefijzers, waardoor het paard meer grip heeft op de gladde weg of op het ijs (dat laatste als het voor een arreslee loopt).

  1. Dianta
    8 July 2009 om 13:37

    hoe duur kost het ongeveer per maand?